Er zijn mensen die zich niet kunnen voorstellen dat je over deze vraag een boek kunt schrijven, want voor hen is het antwoord hooguit: ‘Niets. Je vergaat.’ Of: ‘Niets. Je wordt as, en die as wordt verstrooid.’ Dun boekje dus. Hans Stolp heeft echter een esotherisch-christelijk antwoord van zo’n 130 bladzijden lang geschreven (*). Hieronder een samenvattende routeplanner. Met vooraf de disclaimer uit de inleiding: ‘Af en toe zal het u waarschijnlijk wel eens duizelen, als u de gestorvene stap voor stap volgt op haar of zijn weg: zo groots en zo anders is de geestelijke wereld vergeleken met dit aardse leven.’
-Als de dood intreedt, maken het etherische lichaam, het astrale lichaam en het Ik zich los van het fysieke lichaam. Dat duurt drie dagen.
-Als de gestorvene zijn etherische lichaam heeft afgelegd, wordt zijn bewustzijn ruimer en wordt hij zich bewust van een hogere wereld, de astrale wereld. De gestorvene moet door deze wereld heen, op weg naar het Devachan, ook wel de lichtwereld genoemd. Dit Devachan is het uiteindelijke doel van de gestorvene, omdat van daaruit de wereld van de Goddelijke Drieëenheid kan worden bereikt. Maar goed, eerst de reis door de astrale wereld. Deze duurt ongeveer een derde deel van het aantal jaren dat zijn aardse leven duurde.
-De astrale wereld bestaat uit zeven sferen, die de reiziger door verschillende planetensferen voeren. Eerst de vier Maansferen, dan de sfeer van Mercurius, Venus en de Zon. Het gaat onder meer om het gebied van de wensen, het gebied van de stromende ontvankelijkheid voor indrukken en het gebied van de begeertegloed.
-Eenmaal aangekomen in het Devachan, passeert hij de sfeer van de drie buitenplaneten Mars, Jupiter en Saturnus. Daarna betreedt hij de kosmische wereld die voorbij de planeten ligt, de zuivere wereld van de geest. Deze bestaat uit vierde, vijfde, zesde en zevende sfeer. Daarover is niet zoveel bekend.
-Vast staat wel dat van daaruit de reiziger annex gestorvene naar een wereld opstijgt die ver boven het Devachan uitstijgt: de wereld van de Goddelijke Drieëenheid. Deze wereld is een keerpunt, ook wel ‘het middernachtelijk uur’ genoemd. Er ontstaat het verlangen zich weer aan de aarde te verbinden. Daar en dan begint een weg van afdaling richting die aarde, een tocht die ongeveer 250 jaar in beslag zal nemen.
-De terugweg is de weg in omgekeerde volgorde, dus weer langs al die sferen heen. Onderweg krijgt hij allerlei waardevolle dingen mee, zoals het vermogen tot menselijk denken, een blik op zijn toekomstige ouders en de generaties die daarvoor leefden, de basis voor de kracht van zijn ik en de oerkiem van zijn nieuwe, aardse hart.
Als ik vandaag dood omval, zie ik de wereld in het jaar 2278 weer. Ik verheug me meer op de reis dan op de terugkeer.
(*) Hans Stolp. Wat gebeurt er als je doodgaat? Uitgeverij AnkhHermes. ISBN 978 90 202 0876 4.
Ik heb veel boeken gelezen over dit onderwerp maar de ervaringen en inzichten van Hans Stolp zijn mij min of meer onbekend maar niettemin fascinerend en tot nadenken stemmend.